Hoe meet je een kleine hond op voor een goed passend harnas?
Share
Je hebt een harnas gekocht, je doet het om, en het staat meteen scheef. Te ruim bij de schouders, te strak achter de voorpoten, of het schuift steeds naar voren zodra je hond begint te lopen. Herkenbaar. Bij kleine honden is de marge voor een goede pasvorm bijzonder klein, en de meeste maattabellen houden daar te weinig rekening mee.
Een harnas dat niet goed zit, is meer dan een ergernisje. Het kan de beweging beperken, de huid irriteren of bij actieve honden zelfs afschuren. En bij kleine rassen zoals een Maltipoo, Bichon of Cavapoo is de bouw compact en gevoelig: smalle ribbenkast, zachte huid, een korte romp. Dat vraagt om nauwkeurigheid bij het opmeten, niet om een gok op basis van gewicht.
Drie maten die er echt toe doen
De meeste merken vragen om de borstomtrek. Dat is de maat die je neemt net achter de voorpoten, op het breedste punt van de ribbenkast. Meet met een soepel meetlint, niet te strak en niet te los. Je wilt ruimte voor één tot twee vingers tussen het lint en de huid van je hond. Noteer die maat, want dit is je basisgegeven.
De tweede maat is de nekomtrek, gemeten op de plek waar een halsband zou zitten. Niet te hoog, niet te laag. Sommige harnassen hebben een verstelbare nekopening, maar het is alsnog belangrijk om te weten of je hond hier smal of juist breder is gebouwd.
De derde maat die weinig mensen nemen maar die veel uitmaakt, is de ruglengte. Meet van de basis van de nek, het punt waar hals en rug samenkomen, tot aan het begin van de staart. Bij kleine honden met een compacte romp kan dit de doorslag geven tussen een harnas dat mooi op zijn plek blijft en één dat steeds naar voren of achteren schuift.
Hoe meet je dit het makkelijkst?
Laat je hond rustig staan op een vlakke ondergrond, liefst niet terwijl ze opgewonden zijn. Een klein hapje na het meten helpt de sfeer goed te houden. Gebruik een zachte kleermakersmaatlint, of bij gebrek daarvan een stuk touw dat je daarna naast een liniaal legt. Noteer alle drie de maten voordat je begint met vergelijken.
Weet ook dat twee honden van hetzelfde ras en hetzelfde gewicht er qua maten heel anders uit kunnen zien. De ene Maltipoo heeft een brede ribbenkast en een korte rug, de andere is juist smal en langgerekt. Maten zeggen meer dan gewicht, altijd.
Wat je bij de maattabel extra moet controleren
Veel merken geven een range op: maat S past bij een borstomtrek van 30 tot 40 centimeter, bijvoorbeeld. Zit jouw hond precies in het midden, dan kies je die maat zonder twijfel. Zit je aan de grens, kies dan altijd de grotere maat en stel het harnas daarna bij. Een harnas dat nét te klein is, valt nooit goed af te stellen. Eentje dat iets ruimer is wel.
Check ook hoeveel verstelbaar een harnas is. Goedkopere modellen hebben vaak maar één verstelring, terwijl een goed passend harnas voor een kleine hond op minimaal twee punten verstelbaar zou moeten zijn: bij de nek en bij de borst. Zo kun je de pasvorm finetunen op de specifieke bouw van jouw hond.
Na het omdoen
Een goed passend harnas beweegt mee met je hond, niet voor haar. Je hond moet haar voorpoten vrij naar voren kunnen strekken zonder dat het harnas omhoog trekt bij de oksels. Er mag geen ruimte zijn om eruit te glippen, maar ook geen druk op de zachte huid achter de voorpoten. De twee-vingertest geldt ook hier: steek twee vingers onder het harnas op de borst en op de rug. Lukt dat comfortabel, dan zit het goed.
Holy Moly lanceert binnenkort een collectie harnassen voor kleine honden, ontworpen met precies deze dingen in gedachten.